|
Het
Thema
Vanaf het moment dat ik naar de academie in Breda ging ben ik gefascineerd
door één en hetzelfde thema: landschappen en de sporen die
mens en dier daarin achterlaten.
De vorm en de vorming ervan boeit me het meest en in de loop van de tijd is
gebleken dat de dome-achtige vormen hierbij mijn voorkeur hebben. Vandaar
veel werken over grotten, gletsjers, termietenheuvels en bergen.
De
inspiratiebronnen
Mijn reizen, zowel reële als fictieve, vormen de belangrijkste inspiratiebronnen.
De
reële reizen
Ik reis graag en bij voorkeur naar gebieden met extreme natuurverschijnselen.
Ik trok door het hoge Noorden (o.a. Noorwegen, Spitbergen en IJsland) en het
diepe Zuiden (o.a. Australië, de Atacamawoestijn in Chili en Nieuw Zeeland)
De overweldigende natuur in die gebieden maakt een diepe indruk op me. In
het gunstigste geval ga ik er op in en voel me een worden met de omgeving.
Later eenmaal thuis, probeer ik die vluchtige ervaringen, in de beslotenheid
van mijn atelier, opnieuw te vangen in een duurzame concrete voorstelling.
Het gaat nooit om een realistische weergave van hetgeen ik waarnam. Het zijn
de terugblikken op de sfeer ter plaatse en de indruk, die het landschap op
mij maakte. De titels die ik aan mijn werken geef dienen alleen als verwijzing
naar het beginpunt.
Het formaat van de inspiratiebron kan variëren van een speldenknop
(Stromatolieten) tot gigantische bergen. (Jotunheimen). De grootte van
het verschijnsel is minder belangrijk dan de vorm ervan. Die is dan zo
fascinerend voor me dat ik hetzelfde verschijnsel of hetzelfde landschap
herhaaldelijk tot onderwerp neem. Alsof ik hetzelfde gebied steeds opnieuw
wil ontdekken.
De
fictieve reizen
Teksten van ontdekkingsreizigers, gedichten, vreemde plaatsnamen en landkaarten
zijn een terugkerende bron van inspiratie. Ik stel me het landschap dat erbij
past voor en beeld de reis die ik daar in gedachten maak op verschillende
manieren uit.
Mijn
werkwijze
Mijn werkwijze is in beide gevallen hetzelfde. Ik probeer de indrukken die
ik gedurende de reis opdeed vorm te geven in tekeningen, schilderijen, houtsnedes
en steendrukken. Ik laat de tijd haar invloed uitoefenen op mijn herinneringen
voor ik die vorm geef.
Elke penseel- of potloodstreep is een nieuwe stap die weer aanleiding
is tot de volgende. Het is als een reis in een constant veranderend landschap.
Ik weet niet wat er achter de volgende heuvel ligt en er is geen weg terug.
De beweging van het schilderen of tekenen blijft altijd zichtbaar. Wie
langer naar mijn werk kijkt en er zich aan overgeeft (zoals ik destijds
aan het landschap) komt in dezelfde beweging terecht die het schilderij
bepaalde. Die beweging levert geen mooi overzichtelijk landschap, maar
raakt aan iets wat zich onder de oppervlakte beweegt.
|
|

Daar waar de termieten
wonen
|
|